Herziene Handleiding Voorbehouden handelingen in de (wijk)verpleging & verzorging

Deze handleiding is een update van de eerdere ‘Handleiding voorbehouden handelingen verpleging, verzorging en thuiszorg’ (2012). De herziene handleiding maakt duidelijk dat uitvoeringsverzoeken alleen noodzakelijk zijn bij voorbehouden handelingen en niet noodzakelijk zijn bij risicovolle handelingen. Hiermee is een actiepunt uit het sectorplan voor de wijkverpleging en de huisartsenzorg in het programma (Ont)regel de zorg behaald.

Opdracht zorgvuldig en administratief minder belastend

In de praktijk vindt de opdracht met een uitvoeringsverzoek vaak schriftelijk plaats. De Wet Beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG) stelt echter geen eisen aan de overdracht, maar beschrijft de mogelijkheid van een vormvrije opdracht. In de herziene handleiding staat dat het mogelijk is om een uitvoeringsverzoek te geven in de vorm van een telefonische opdracht van de arts aan de uitvoerende zorgverlener. Dit is administratief minder belastend. Het maakt ook de lijnen korter bij de uitvoering van de handeling door een bekwame zorgverlener die meestal bekend is met de cliënt in de ouderenzorg. Deze vorm van de opdracht is getoetst en goedgekeurd door de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ).

Model raamovereenkomst

Voor zowel de arts (opdrachtgever) als de betrokken zorgverlener (opdrachtnemer), is in de Wet BIG als voorwaarde opgenomen dat de opdrachtnemer bekwaam moet zijn om de voorbehouden handeling te verrichten. Dit veronderstelt dat de opdrachtgever aan de opdrachtnemer persoonlijk een bepaalde opdracht geeft en nagaat of de betreffende zorgverlener bekwaam is. In de praktijk is dit niet werkbaar. Veelal bestaat tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer geen één op één-relatie. Ook kan de opdracht door meer verpleegkundigen en/of verzorgenden worden uitgevoerd (in verband met wisselende diensten en langdurende zorg). Om toch op een verantwoorde wijze uitvoering te geven aan deze voorwaarde uit de Wet BIG, kunnen de VVT-instelling en de arts (of huisartsen/SO-groep) een raamovereenkomst sluiten. In de handleiding is een model van een dergelijke overeenkomst opgenomen. In een raamovereenkomst spreken artsen, als opdrachtgever, af dat zij hun verantwoordelijkheid nemen voor een zorgvuldige opdracht waarbij aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. Voor de uitvoering van de opdracht garanderen VVT-instellingen dat zij de opdracht door bekwame zorgverleners laten uitvoeren. Daarmee staan ze in voor kwaliteit en nemen partijen ieder hun verantwoordelijkheid voor goede samenwerking in de zorg. Hoe aan de voorwaarden voor een opdracht van een voorbehouden handeling en de uitvoering en bekwaamheid van de zorgverlener wordt voldaan, wordt uitgebreid toegelicht in de eerste hoofdstukken van de handleiding. Hierin wordt het wettelijk kader beschreven en een toelichting gegeven op de professionele verantwoordelijkheid. Wat betreft bestaande raamovereenkomsten blijven de onderlinge afspraken van toepassing. Het staat partijen vrij om nieuwe afspraken te maken naar aanleiding van de mogelijkheden die deze nieuwe handleiding biedt.

Wkkgz en Wet BIG

Een andere aanpassing in de handleiding is de Wet kwaliteit, klacht en geschillen zorg (Wkkgz), voorheen de Kwaliteitswet Zorginstellingen. De eisen uit de Kwaliteitswet Zorginstellingen zijn onderdeel geworden van de Wkkgz. De Wkkgz verplicht alle zorgaanbieders, zowel VVT-instellingen, huisartsenpraktijken als solistisch werkende zorgverleners goede zorg te leveren en de kwaliteit van de door hen geleverde zorg te bewaken, beheersen en waar nodig te verbeteren. De IGJ houdt hier toezicht op.