Florian van Hunnik

Hoe ervaart hij regeldruk in de praktijk?

Bij welke organisatie werkt u en wat is uw functie? 

Ik werk bij het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis (OLVG), hét stadsziekenhuis van Amsterdam.  Ik ben daar verpleegkundige, teamleider en de Chief Nursing Information Officer (CNIO).


Kunt u iets vertellen over uzelf en over hoe een doorsnee werkdag er voor u uitziet?

Ik heb verschillende functies in het OLVG. Een deel van de week ben ik teamleider van de Medisch Psychiatrische unit. Op die afdeling werk ik ook 1 dag per week als verpleegkundige in de patiëntenzorg. Het andere deel van de week ben ik als CNIO verantwoordelijk voor informatisering en innovatie van het verpleegkundig vak en de verpleegkundige beroepsgroep. Samen met anderen geef ik richting en invulling aan de digitale koers van het OLVG. Het is daarbij mijn taak om steeds weer de link te leggen met verpleegkundigen. Ik ben betrokken bij veel projecten om informatisering en de verpleegkundige beroepsinhoud met elkaar te verbinden. In de praktijk betekent dat vooral praten met veel verschillende collega’s binnen en buiten het OLVG. Zo zit ik onder andere in een regionale stuurgroep van een project om de verpleegkundige overdracht digitaal uit te wisselen. Naast richtinggevend zie ik mezelf vooral ook als ‘verbindingsofficier’.


Wat is het belang van regeldruk verminderen voor u?

Verpleegkundigen ervaren veel regeldruk. Soms komt dat voort uit externe regels en afspraken. Maar een belangrijk deel van de ervaren regeldruk ontstaat ook door interne regels, procedures en systemen die niet optimaal ingericht zijn om de verpleegkundige te ondersteunen in zijn of haar vak. Ik zie het voor mezelf als een belangrijke taak om digitalisering en innovatie in te zetten om systemen en processen slimmer te maken, zodat deze wél ondersteunend zijn aan de zorgverlener. Systemen zoals een EPD kunnen je werk als verpleegkundige juist makkelijker maken, maar daar moeten we wel wat voor doen als professionals.


Wat merkt u van de inspanningen in het kader van het ontregelen van de zorg?

Ik merk meer en meer dat de landelijke beweging ook ‘landt’ op de werkvloer. Landelijke ontregel initiatieven zijn mooi, maar deze vertalen en daadwerkelijk invoeren op de werkvloer vraagt toch veel inspanning. Het gaat daarbij echt om een omslag in werken vanuit vertrouwen en professionaliteit. In het OLVG hebben we die slag dit jaar echt gemaakt, maar we zijn er nog niet. Vooral  aanpassingen in systemen kosten veel tijd. Ik zie bijvoorbeeld ook dat er veel winst is te behalen in het digitaliseren en standaardiseren van de verpleegkundige overdracht tussen ziekenhuis en verpleeghuizen en wijkverpleegkundigen. Maar dat is geen ‘quick win’, want het vraagt om afspraken tussen organisaties maar ook aanpassingen van de ICT/EPD leverancier.


Heeft u of uw organisatie iets gedaan om onnodige regels te schrappen of heeft u deelgenomen aan een schrapsessie? 

Het OLVG is betrokken geweest bij diverse landelijke schrapsessies, onder andere met ons Verpleegkundig Stafconvent. Daarnaast is OLVG met enkele samenwerkingspartners in Amsterdam vanaf het begin betrokken bij het programma InZicht. InZicht is een programma van het ministerie van VWS dat de elektronische gegevensuitwisseling in de langdurige zorg versnelt. Gegevensuitwisseling tussen cliënt en zorgprofessional, tussen zorgprofessionals onderling én tussen de langdurige en curatieve (ziekenhuis) zorg.


Wat zou u(w organisatie) mogelijk kunnen doen hieraan?

Het OLVG is dus actief betrokken bij InZicht. Wij gebruiken dit programma om met enkele andere ziekenhuizen en VVT instellingen de verpleegkundige overdracht te digitaliseren en ontregelen. We gebruiken hiervoor de informatiestandaard eOverdracht. Bij een verpleegkundige overdracht moet elke verpleegkundige of verzorgende nu nog gegevens afkomstig van andere organisaties handmatig in het eigen systeem invoeren. Dit kost veel tijd, is niet efficiënt en foutgevoelig. Met eOverdracht is er nu ook een elektronische manier om gegevens efficiënt en foutloos te registreren en over te dragen. Bij de overplaatsing van een cliënt kunnen verpleegkundigen en verzorgenden hierdoor de relevante zorggegevens uitwisselen en hergebruiken. Zo kunnen zij de zorg beter voortzetten. Bovendien kan hiermee een verwachte tijdwinst (minder overtypen, knippen en plakken) van ongeveer 20 minuten per overdracht worden behaald. 

Vanuit het programma InZicht hebben we onze eigen overdrachtsprocessen geanalyseerd. We zagen daarbij dat dezelfde informatie meerdere keren wordt verzameld en overgetypt. Alleen dat inzicht al heeft ons geholpen om het overdrachtsproces te verbeteren en efficiënter te maken. De volgende stap waar we nu hard aan werken is om de overdracht ook daadwerkelijk rechtstreeks van het ene EPD naar het andere EPD te kunnen versturen. Dat is belangrijk, want hierdoor kan de verpleegkundige altijd op basis van actuele informatie de juiste zorg verlenen. En dat zonder informatie over te typen met kans op fouten en bijbehorend tijdsverlies. Op die manier volgt de informatie echt de patiënt tussen verschillende instellingen en zorgverleners.

Wat is het grootste knelpunt dat u ervaart en waarom is dat zo lastig op te lossen?

Voor het slagen van de digitale verpleegkundige overdracht hebben we alle betrokken EPD/ICT leveranciers nodig. Doordat het altijd om informatie-uitwisseling tussen meerdere instellingen gaat, gaat het ook over meerdere leveranciers. Die zijn bereid om mee te werken, maar dat is wel een traag proces dat nu al meerdere jaren in beslag neemt. Dat komt met name doordat leveranciers ook voor allerlei andere zaken continu hun systemen moeten aanpassen, en het is soms lastig om dan invloed uit te oefenen op wat prioriteit krijgt. Wat helpt is dat er een duidelijke informatiestandaard ligt voor de verpleegkundige overdracht (eOverdracht). Daarnaast gaat nieuwe wetgeving helpen om de digitalisering te versnellen, kijk hiervoor op de website internetconsultatie.nl