Lammert Hoeve

Hoe ervaart hij regeldruk in zijn dagelijkse praktijk?

Bij welke organisatie werkt u en wat is uw functie?
Ik ben werkzaam als huisarts in mijn huisartsenpraktijk in Sprang Capelle. Ik ben ook Secretaris bij de Vereniging Praktijkhoudende Huisartsen (VP Huisartsen) die het behoud van kernwaarden in het huisartsenvak als belangrijke doelstelling heeft. Daarnaast ben ik actief in de werkgroep Bureaucratie en Administratieve lasten (B&AL), dit is een overleg tussen zorgverzekeraars, huisartsenorganisaties, het ministerie van VWS en de NZa.

Kunt u iets vertellen over uzelf en over hoe een doorsnee werkdag er voor u uitziet?
Ik heb een praktijk met 3200 patiënten in het mooie dorp Sprang Capelle, in Brabant. Ik word ondersteund door een Huisarts In Dienst van een Huisarts (HIDHA Dankzij inzet van deze ondersteunende huisarts is de zorg voor 3200 patiënten realiseerbaar. Ik start de dag met een spreekuur. Daarna heb ik meestal een leergesprek met de huisarts in ppleiding (aios). ’s Middags heb ik een blok van administratie en visites en daarna nog een uurtje spreekuur. Ik eindig mijn dag ook weer met administratieve zaken bijwerken.

Ik ben vanuit de Vereniging Praktijkhoudende Huisartsen betrokken bij het dossier Administratieve Lasten.

Wat is het belang van regeldruk verminderen voor u?
Ik vind het belangrijk dat mijn werk zinnig en leuk is. Administratie is per definitie niet leuk. Dit geldt voor de meeste huisartsen. We zijn doeners. We willen 10 minuten een patiënt zien en daarna weer het volgende probleem oplossen. Verslaglegging van consulten vind ik niet vervelend. Dit valt onder nuttige administratie, dat daarom minder irritatie oproept. Als je het hebt over regeldruk is ons doel om uitsluitend nuttige administratie over te houden en ook dat zo beperkt mogelijk. We hebben de lat hoog gelegd. Het liefste willen wij als huisartsen alleen administratie doen die door onszelf is geïnitieerd en zo min mogelijk administratie die door een ander is bedacht, bijvoorbeeld omdat die ander daar belang bij heeft. Eigen administratie voelt vanzelfsprekend als nuttiger.

Wat merkt u van de inspanningen in het kader van het ontregelen van de zorg?
We hebben natuurlijk al heel grote slagen geprobeerd te maken met Het Roer Gaat Om, de voorloper van [Ont]Regel de Zorg. Daarmee hebben we al wat winst behaald. Die behaalde resultaten staan op de website van Het Roer Gaat Om. We krijgen bijvoorbeeld minder formulieren op ons bureau van diëtisten en dergelijke, die wij eerst wel moesten invullen. Verder hebben we duidelijkere richtlijnen over wat wij wel en niet moeten doen als huisarts. Bijvoorbeeld een nieuwe verwijzing schrijven naar een specialist, als de patiënt daar nog onder behandeling is. Dat is echt wel verminderd in de dagelijkse werkpraktijk. De winst is dat duidelijker is waar wij ‘nee’ tegen kunnen zeggen. Het laaghangende fruit is hiermee inmiddels geplukt.

Inspanningen vanuit het ministerie van VWS bemerk ik minder op de werkvloer, maar ze hebben wel een sterk stimulerende rol in het verminderen van bureaucratie en administratieve lasten. Het is vooral aan onszelf, aan zorgverzekeraars en andere belanghebbenden om het minder moeilijk te maken.

Heeft uzelf of uw organisatie iets gedaan om onnodige regels te schrappen of heeft u deelgenomen aan een schrapsessie? Wat zou u(w) organisatie mogelijk kunnen doen hieraan?
Vanuit de werkgroep B&AL, kijken we tegen welke administratieve lasten we als huisartsen aanlopen. We stellen onszelf vervolgens vragen als: Is dit nuttig? Kunnen we dit schrappen? Samen komen we doorgaans hierin tot een goede beslissing over hoe dit aan te pakken of te verminderen. De vruchten die we daarbij geplukt hebben, staan ook op de website Het Roer Gaat Om. Maar alles is in ontwikkeling en helaas merken we dat ondanks onze ontregelinspanningen en behaalde resultaten de paarse krokodillen vaak nog opduiken.

Verder is communicatie naar onze leden over de behaalde resultaten van belang, omdat we merken dat huisartsen nog steeds dingen doen die eigenlijk niet hoeven. Het is niet voor niets dat leden dat nog doen, dit komt omdat andere partijen dit wel nog blijven vragen!

Heeft u een inspirerend ontregelvoorbeeld of praktische tip uit uw dagelijkse praktijk waar andere zorgverleners baat bij kunnen hebben?
Sommige dingen zijn nog niet bekend bij huisartsen. Bijvoorbeeld dat een verwijzing van een eerstelijns naar een tweedelijns psycholoog gemaakt kan worden door de eerstelijns behandelaar. Juist hiervoor wordt toch heel vaak een beroep gedaan op de huisarts. Dit is gewoon niet bekend bij de huisarts, noch bij de eerstelijns behandelaar. Dit zou ik daarom als tip mee willen geven. Deze handeling kan overgelaten worden aan de eerstelijns behandelaar.

Zo zijn er meer zaken die niet meer nodig zijn, kijk daarvoor regelmatig op de website Het Roer Gaat Om of op de sectorpagina Huisartsen op www.ordz.nl

Wat is het grootste knelpunt dat u ervaart en waarom is dat zo lastig op te lossen?
Het grootste knelpunt is dat dingen die wij bespreken met verantwoordelijken van besturen, niet doorsijpelen naar de werkvloer van deze partijen. Dat heeft te maken met een verschil in belang hierin. Waarom zou een ziekenhuis bijvoorbeeld uitzoeken of er een verwijzing is, als ze ook de huisarts om een nieuwe verwijzing kunnen vragen? Waarom zou een eerstelijns psycholoog een verwijzingsbrief schrijven als de huisarts dit ook kan doen? Andere partijen hebben geen belang om hun administratieve lasten te verhogen met als doel de administratieve lasten voor huisartsen te verlagen. Daar gaat het mis. Zij vragen zich veel minder af: is dit nuttige administratie? Toch kunnen ook zij een flinke slag maken, als ze niet steeds brieven en formulieren van de huisarts moeten verwerken. Daarentegen zijn wij in de praktijk toch vaak de oplossende partij en nemen die administratie op ons, in het belang van de patiënt. Dat is onze kracht, maar ook onze zwakte. Wij kunnen heel moeilijk ‘nee’ zeggen, als de patiënt daar last van heeft. Toch is dat wel belangrijk, als we ooit willen dat er iets verandert!